|

|
Over Naar Merelbeke
‘Hier schrijft iemand die verstand heeft van de onbegrijpelijkheid van de wereld. Naar Merelbeke is essayistisch, vertellend en poëtisch tegelijk. Een ongewone en knappe combinatie’
Doeschka Meijsing, Elsevier, 1994
|
|

|
Over Steden
“De mooiste resultaten van het speurwerk naar de mentaliteit van een stad bereikt Hertmans, naar mijn smaak, in twee steden die hij langdurig verkend heeft: Amsterdam en Brussel, allebei grootsteden, maar op een heel andere manier. Hertmans maakt aannemelijk dat het taalbewustzijn, heel evident aanwezig in Amsterdam, heel evident afwezig in Brussel, daar een grote rol in speelt. In dat hoofdstuk formuleert hij overigens kernachtig het politieke probleem van de hoofdstad Brussel in dit land van Walen en Vlamingen: “Brussel is het winkeltje vol bedorven waar, waar iedereen met een dichtgeknepen neus komt stelen wat nog niet bedorven is, om dan weer snel naar de eigen verkaveling te verdwijnen’”
Mark Schaevers, Standaard der Letteren, 12 – 03 1998.
‘Ongeveer halfweg in het boek heb ik mij Hertmans’ ritme eigen gemaakt. Ik weet nu hoe hij zich door de straten en in zijn hoofd beweegt. Ik volg de rode draad van het langzaam een beetje dronken worden en de bedwelming door het parfum van een vrouw. Ik ken de stank van vis en vet uit de huurkazernes. De geurcombinatie van spruitenstekken en natte jute, ‘gedraaid op het uiterst moeilijke cijferslot van mijn herinneringen’, opent een deur naar zijn verloren ervaringen. Het madeleinekoekje van Proust, van de lezer en de schrijver… Er bekruipt mij een heerlijk, onbehaaglijk gevoel: de dood is in dit boek en in mijn lichaam. Steden is een dichtbundel en een filosofisch traktaat over de tijd die ongemerkt wegtikt. Ik leg het weg. Ik wil langzaam een beetje dronken worden en thuiskomen in de geur van een geliefd lichaam’
Eric Min, De Morgen, 19 – 03 – 1998
|
|

|
Over Goya als Hond
‘Dit is een steengoede bundel’
Piet Gerbrandy, De Volkskrant, 19 – 11 – 1999
‘Hertmans wordt gedreven door eenzelfde absolutisme als Nolens, maar hij is voorzichtiger, dat is het verschil. Bij hem geen moker met grote gevoelens, maar subtiele omleidingen’
Koen Vergeer in De Morgen nav de VSB-Prijs nominaties, 2000
|
|

|
Over Mind the Gap
‘Een indrukwekkende tekst over wraak en zielenpijn’
Steven Heene, De Morgen, 15 – 11 – 2000
‘Stefan Hertmans heeft amper twee theaterstukken op zijn naam staan, en toch wekt hij als toneelschrijver meer nieuwsgierigheid dan sommige van zijn veelschrijvende collega’s.’
Peter Anthonissen, De Morgen, 09 – 09 – 2001
|
|

|
Over Als op de eerste dag
Met ijzingwekkend proza roept Hertmans hier een godverlaten duistere onderwereld op, waarin levens ontsporen van personages die op duistere kicks jagen. Het angstaanjagende van deze personages is dat ze in staat zijn tot prachtige filosofische passages (…) een knap beschreven ondergang van een avondland’
Peter Henk Steenhuis, Trouw, 21 – 04 – 2001
‘Stefan Hertmans heeft in Als op de eerste dag het destructieve streven naar een pure emotie op magistrale wijze in beelden gevangen. Zijn zorgvuldige gevoel voor stijl is onovertroffen. In Hertmans’ taal komt het precieuze van Maurice Gilliams en het volkse van Hugo Claus samen tot een volstrekt nieuwe, originele vorm.
Zijn verhalen zinderen van seksuele geladenheid en lichamelijkheid. Daarbij komt Hertmans’ talent de woorden een symbolische meerwaarde te geven’.
Thomas Van Den Bergh, Elsevier, 14 – 04 – 2001
‘Met Naar Merelbeke (1994) schreef Stefan Hertmans een van de beste Vlaamse romans van het voorbije decennium. Zijn nieuwe roman, Als op de eerste dag, zou wel eens dezelfde rol kunnen spelen in het nieuwe decennium. Beide boeken gaan over het onmogelijke paradijs, dat steeds iets infernaals heeft. Over het onaanraakbare begin, dat steeds iets apocalyptisch heeft. Beide boeken vermengen poëzie met proza zoals ze het zuivere en het verhevene vermengen met het vuile en het vunzige’
Bart Vervaeck, Financieel-Economische Tijd, 4 – 04 – 2001
‘Dank zij zijn beeldende, lyrische vertelkunst weet Hertmans met literaire middelen te bereiken wat in de verhalen zelf als een onmogelijkheid wordt voorgesteld: een ervaring van iets dat je eigenlijk al lang weet, maar dat je raakt alsof het voor het eerst is, en dat pas daarna dwingt tot de reflectie die nodig is om te achterhalen wat je precies gelezen hebt’
Arnold Heumakers, NRC Handelsblad, 24 – 04 – 2001
|
|

|
Over Het putje van Milete
‘Stefan Hertmans schrijft met flair over Heidegger en Lacan, België en Beckett, Pim Fortuyn en poëzie. (…) Wie zou die ‘herinneringen’ niet willen lezen of herlezen, nadat ze door de essayist en de dichter Hertmans, in een eendrachtige samenwerking, zo plastisch zijn aanbevolen?’
Arnold Heumakers, NRC Handelsblad, 2002
‘Zoals elke interessante essayist, slijpt Hertmans zijn eigen intellectuele wereldbeeld aan dat van anderen. Hij essayeert niet in het luchtledige van de “zuivere”, frivole zelfbespiegeling, maar in voortdurende dialoog met zowat de hele twintigste-eeuwse westerse cultuurgeschiedenis. Hij kiest schrijvers en filosofen uit wier ideëen, kritieken en stijlen hem in staat stellen zijn eigen overtuigingen te formuleren. In het eigengereid ontsluiten van andermans gedachten ontvouwt zich de persoonlijke denkwereld van de essayist. In die zin vormen deze essays een intellectuele autobiografie’
Frank Albers, Standaard der Letteren, 03 – 10 – 2002
Na het lezen van deze essays weet je daarom meer, maar ook minder. Je weet dat je moet twijfelen, bij grote denkers te rade kunt gaan – waaronder Hertmans zelf – en dat je niets voor zoete koek moet slikken.’
Fleur Speet, Het Financieele Dagblad, 09 – 11 – 2002
|
No comments yet
Jump to comment form | comment rss [?] | trackback uri [?]